Juryverslag FORMAT 2019: Interdisciplinair en grensverleggend

CURRENTS_KRISTOF_VRANCKEN_2018_9440 (1).jpg

De laureaten van FORMAT, het nieuwe begeleidingstraject van Z33, zijn bekend. Uit de meer dan 80 inzendingen van ontwerpers uit verschillende disciplines, gaande van architectuur, mode tot design in haar breedste definitie, selecteerde de jury 9 laureaten waarvan er twee in duo werken.

De keuze voor Inès Péborde (ISURU Brussel urban design, Neo-herbalism), Bert Villa (Sint Lucas Gent architectuur, A Reappropriation Of Man-Made Structures), Sophia Holst (KUL Brussel architectuur, Common Space), Amandine David (DAE, Weaving code), Lukas Claessens (KUL Brussel architectuur, Digitale artefacten), Flora Miranda (KASK Antwerpen mode, LaLaLand), Matthijs De Block (Sint Lucas Antwerpen conceptual advertising, Copy me, AI) en de duo’s Jonas Althaus & Martina Huynh (DAE, 4D-Newsroom), LeGrand Jäger (DAE, Karaoke booth) is gebaseerd op hun concrete projectvoorstel, intrinsieke talent en artistieke potentieel.

GROEPSDYNAMIEK

De jury gelooft sterk in het individuele groeipotentieel van de laureaten. Elk van hun projectvoorstellen werd gewikt en gewogen en daarbij werd rekening gehouden met verschillende criteria. Criteria die samen te ballen zijn in termen als interessant, spannend, nieuw of vernieuwend. De kracht van de projectvoorstellen was echter niet de enige parameter. De jury beoogt met haar selectie ook een bijzondere groepsdynamiek.

De respectievelijke disciplines van deze laureaten én hun proces gedrevenheid, verscheidenheid in achtergrond én opleiding, draagt bij tot een interessant geheel. FORMAT mag dan al om individuele begeleiding draaien, de onderlinge dialoog en dynamiek vormen hierin een fundamenteel punt. De weerhouden selectie vertoont enerzijds diversiteit in profielen en opleiding, anderzijds is er een grote complementariteit in thematiek. Met het oog op een gezamenlijke presentatie in Z33 wordt het doel minstens zo interessant als de weg daar naar toe.

Grensverleggend denken en werken is immers een premisse voor FORMAT. Door zowel met externe mentors samen te werken — maar even goed door ook elkaar te coachen en als klankbord te fungeren — wordt hun creativiteit extra gestimuleerd. Individueel artistieke talent zal door middel van een verrijkende groepsdynamiek verder gestuwd worden zodat elk van de laureaten zichzelf kan en moet overstijgen. Dat alles met het oog op een sterke presentatie waarin het geheel verder reikt dan de som der delen. De grafische vormgeving én de scenografie van FORMAT wordt respectievelijk toegewezen aan Janneke Janssen en Bram Vanderbeke, die evenzeer een project hadden ingediend.

De jury was dan ook unaniem verrast over de veelheid en verscheidenheid van de inzendingen.

TOEGEPAST 2.0

FORMAT kan zich beroepen op het legaat van Toegepast. Van dit traject werden maar liefst 21 edities met succes georganiseerd onder het vroegere Cultuurplatform Design. In de nieuwe constellatie van Z33 transformeert Toegepast in FORMAT. Een nog betere formule, met hopelijk nog betere resultaten. De expertise en het internationale netwerk van Z33 schakelt in ieder geval een versnelling hoger om de 9 gekozen laureaten, elk met een Euregionale link — en maximum 4 jaar afgestudeerd — kansen te bieden.

De laureaten gaan in de komende maanden nauwgezet begeleid aan de slag met een productiebudget van 5.000 euro om hun artistieke project uit te werken en in een gezamenlijk presentatie de nieuwbouw van Z33 in te luiden. Sowieso een unieke kans. Aan ambitie geen gebrek.  

ONLINE UNIFORMITEIT

De nieuwe FORMAT-formule ging overigens gepaard met een ietwat gewijzigde selectieprocedure in vergelijking met voorganger Toegepast. Zo konden kandidaten enkel via het speciale online portfolio-platform kandideren en onderbouwen met een projectvoorstel. In deze, enigszins ‘sterielere’, digitale context is het een stuk moeilijker om in de bulk op te vallen met uitgekiende presentaties of uiterst verzorgde fysieke pareltjes.

De experten-jury met daarin Teis De Greve (Laureaat Toegepast 21), Siegrid Demyttenaere (DAMN°), Roel De Ridder (Architectuurwijzer), Petrus Kemme (VAi), Bie Luyssaert (Flanders DC), Ruth Mariën (Onderstroom), Giovanna Massoni (RECIPROCITY), Fabian Seibert (Designmetropole Aachen), Myriam Vanheusden (Mia-H), Christophe De Schauvre (Wanderful.design),Tim Roerig (Z33), Heleen Van Loon (Z33) en Jan Boelen (Z33) kreeg meer dan 80 dossiers voor de kiezen. En ondanks de vormelijke uniformiteit van deze online dossiers en de ‘beperkte ruimte’ van de online-invulvelden, kweten ze zich ernstig van deze rol. 

De klemtoon lag in ieder geval nog meer op het projectvoorstel en de argumentatie. Hoewel de speelruimte afgebakend was in aantal tekens, plaatste de jury meermaals kanttekeningen. In bewoording of verwoording — zelfs met visuele ondersteunende conceptnota / pdf — blijft het blijkbaar moeilijk om een idee eenvoudig en kernachtig te formuleren. Niet dat FORMAT mikt op de scherpste pennen, maar een artistiek voorstel hoeft geen vrijgeleide te zijn voor hermetische betogen waarin veel woorden weinig zeggen. Een aandachtspunt voor volgende FORMAT-rondes en potentiële kandidaten.

MATURITEIT

De overtuigingskracht van de projectvoorstellen — overigens opvallend veel uit de hoek van de architectuur — is echter niet de enige parameter waarmee de jury aan de slag is gegaan; ook de portfolio’s werden nauwgezet bekeken. Wat opviel is dat die kandidaten die meerdere studies hebben gedaan, niet zelden in verschillende disciplines, significant hoger gewaardeerd werden. Maturiteit, spreekt voor zich. Zeker in de bulk van meer dan 80 dossiers wordt dat bijzonder scherp gesteld. ‘Wat?’ en ‘waarom?’ Het zijn dé bouwstenen van een goed dossier, te meer omdat de jury zich deze vragen stelt.

Doordat de kandidaten maximum 4 jaar afgestudeerd mogen zijn, geeft het gepresenteerde ‘oeuvre’ ook een belangrijke indicatie van de exploratiedrang en of gedrevenheid van de kandidaten. Speelt hierin opnieuw de ‘maturiteit’ een rol? Niet per definitie. De mate waarin kandidaten een artistieke lijn zoeken en volgen of net er bewust van afwijken trekt de aandacht. Wordt een bepaald pad gevolgd of wordt een nieuwe weg gebaand? Het speelde bij heel wat juryleden mee in de beoordeling. Soms vertoonde het curriculum of het overzicht aan referentiewerken plots een bepaalde leemte die op een gebrek aan discipline, doortastendheid of ambitie zou kunnen wijzen. Soms vertoonde het parcours te weinig exploratiedrang of ging het kortweg om een platgetreden pad. Soms zit het verscholen in heel kleine elementen waarin te vaak op veilig gespeeld wordt of waaruit te weinig gedrevenheid spreekt. Een voorbeeld? Het suggereren van mentors of coaches. FORMAT reikt verder dan je comfortzone. Schepen liggen veilig in de haven, maar daarvoor zijn ze niet gemaakt. 

Het (on)vermogen tot zelfanalyse of -kritiek werd vrijwel altijd blootgelegd wanneer een projectvoorstel vraag-roepend was. Een manke formulering of diffuus idee leidde immers tot een nauwgezette(re) analyse van het curriculum of de portfolio en dàt liet steeds de mist verdwijnen. De jury was dan ook unaniem verrast over de veelheid en verscheidenheid van de inzendingen. Over de artistieke relevantie of het potentieel werd uiteraard grondig gediscussieerd met een geprefereerde groep van 17 mensen die voor een extra gesprek werden uitgenodigd. Dit liet niet alleen toe om de motivatie, maar ook de persoonlijkheid te peilen, wat uiteindelijk leidde tot de 9 FORMAT-laureaten.

De respectievelijke disciplines van deze laureaten én hun proces gedrevenheid, verscheidenheid in achtergrond én opleiding, draagt bij tot een interessant geheel.

Inès Péborde (ISURU Brussel urban design)

Met Neo-herbalism wil Inès de klassieke kruidentuin en dito kruidengeneeskunde een nieuw tijdperk inloodsen. Ze beoogt een modulair en handzaam systeem voor hydroponie, bedoeld voor de kweek van heilzame en/of medicinale planten en te monitoren met een app die ook als bijsluiter moet fungeren.

Bert Villa (Sint Lucas Gent architectuur, A Reappropriation Of Man-Made Structures)

Is gefascineerd door ‘man-made structures’, die ooit bedacht en gebouwd zijn om onze primitieve noden te voeden. Denk aan hoogspanningsmasten, watertorens, dammen, gsm-masten, antennes, schouwen. Refererend aan de theorie van de ‘affordances’ -- of de ‘actiemogelijkheden’ die spreken uit objecten en structuren — uit de waarnemingspsychologie van de Amerikaanse psycholoog James Gibson wil Bert Villa focussen op archetypes en onderzoek doen naar nieuwe ‘menselijke herkenningspunten’ die intrigeren en de werkelijke context in vraag stellen.

Sophia Holst (KUL Brussel architectuur, Common Space)

Stedelijke ruimtes die niet door hun eigenaren worden gebruikt of onderhouden, zijn deel van de informele ‘commons’ van de stad. Als bijproduct van de geprogrammeerde ruimte regeren er andere voorschriften en ruimtelijke principes waardoor ze als informele leefruimtes en ontmoetingsplekken kunnen fungeren. Met het idee dat architecten van deze (on)-ontworpen ruimtes kunnen leren, wil Sophia Holst onderzoeken in welke hoedanigheid deze plekken in Brussel voorkomen.

Amandine David (DAE, Weaving code)

Wil onder de noemer Weaving Code drie disciplines samenbrengen: met de hand weven, computer programmering en 3D printing. Op die manier wil ze de historische en culturele oorsprong van weefpatronen onderzoeken en nieuwe betekenissen geven in coderingstaal en computerondersteunde fabricagetechnieken en 3D-printing. Dit onderzoek moet leiden tot het ontwikkelen van nieuwe tools en een eigengereide ontwerptaal.

 

Lukas Claessens (KUL Brussel architectuur, Digitale artefacten)

Is gefascineerd door ruimtelijke atmosfeer. Hij hanteert de fotografie niet zozeer als medium, wel als standpunt. Met behulp van scantechnieken tracht hij zijn fascinatie voor tijd-ruimte connecties te laten herleven. Wat zijn de dragers van zijn digitale artefacten? Een intrigerende zoektocht naar een trompe-l’oeil van de verbeelding.

 

Flora Miranda (KASK Antwerpen mode, LaLaLand)

LaLaLand omvat een onderzoek naar hoe machines menselijke erotiek waarnemen. Met behulp van 3D scanners wil ze meer dan 300 erotische kledingstukken uit musea digitaliseren en vervolgens koppelen aan artificiële intelligentie om de computer zelfstandig ontwerpen te laten genereren.

 

Matthijs De Block (Sint Lucas Antwerpen conceptual advertising, Copy me, AI)

Hoe zullen artificiële levensvormen interageren met hun omgeving en de mens? Matthijs De Block is gefascineerd door de complexe relatie tussen mens en technologie en gebruikt (bio)-technologie en (soft)-robotica om deze relatie te onderzoeken. Door het combineren van interdisciplinaire skills en kennis zet hij complexe ideeën en mechanismen om in een toegankelijke installatie. Deze installatie daagt de kijker uit tot het opbouwen van een intieme relatie gebaseerd op algoritmen.

 

Jonas Althaus & Martina Huynh (DAE, 4D-Newsroom)

Wat als we de geschiedenis niet als een lineair verhaal beschouwen, maar als een opeenvolging van herhalingen of ‘loops’ met diepere verbanden? Hoe zouden we dan nieuwsverhalen moeten brengen? In een vierdimensionale nieuwsstudio misschien? Een zoektocht naar alternatieve formats voor nieuws, bijvoorbeeld een augmented omgeving met historische kruisverbanden om alle kanten van één en hetzelfde verhaal te kunnen zien.

 

LeGrand Jäger (DAE, Karaoke booth)

Dit duo wil onder de noemer The Internet of Ears: a Karaoke Conspiracy een aantal meubels ontwikkelen die gekoppeld zijn aan biometrische data - zoals menselijke stemmen - die via de ‘internet of things’ beschikbaar zijn. Het idee ontstond toen ze zelf in Taiwan waren en lucht kregen van de complottheorie dat de Chinese overheid met behulp van allerhande staatsbedrijven menselijke stemmen zou registreren en analyseren om tot nuttige ‘stempatronen’ te komen. Een dergelijke database aan unieke voice-prints zou immers even nuttig zijn voor de politie als vingerafdrukken.  Of dit effectief gedaan wordt, is allerminst zeker, maar met een eigengereide karaoke booth willen Legrand Jäger het debat wel op scherp stellen. 


Veerle Ausloos