A-Z night #10: het verslag van Female Voices in Fashion

© Wide Vercnocke

© Wide Vercnocke

Voor welk type vrouw ontwerp jij je kleding? Het is een vraag die vaak opduikt in mode-interviews. En ook al is het antwoord zo voorspelbaar als bloemen in de lente, toch is ze niet onbelangrijk. De modesector wordt tenslotte overheerst door vrouwen: vrouwen zijn systematisch oververtegenwoordigd in modebladen, in de klaslokalen van academies, in productieateliers en aan de kassa’s. Vrouwen zijn de muzen, producenten en consumenten die de sector doen draaien. De vrouw waarvoor je ontwerpt, bepaalt dus je merkidentiteit. Maar ongeacht de financiële categorie of esthetische niche waarop je merk inspeelt, luidt het antwoord wellicht als volgt: “Mijn vrouw is een sterke vrouw. Ze weet wat ze wil en aanvaardt geen ‘nee’. Ze is een machtige vrouw.” Er is geen twijfel mogelijk: de modesector lust geen zwakke vrouwen.

Maar wat maakt een vrouw machtig? En kan je vrouwen sterker maken via design? Die vragen stonden centraal tijdens de A-Z night van afgelopen dinsdag die aansloot bij twee tentoonstellingen in Hasselt: “Dissidence - Quilting Against” in Z33 en “Wonder Women. Sterke vrouwen in de mode” in het Modemuseum.

Want binnen dit domein dat zogezegd van machtige vrouwen houdt, hebben de machtige vrouwen bitter weinig macht. Of zoals Libby Sellers, curator bij het Design Museum in Londen en auteur van “Women Design”, gepast opmerkte aan het begin van haar presentatie: vrouwen vormen dan wel het merendeel van de afgestudeerde modestudenten, de meeste topposities worden door mannen uitgeoefend. “Vrouwelijke ontwerpers vertegenwoordigen bijna drie kwart van de kandidaat-studenten, maar dat cijfer zakt dramatisch tot minder dan een kwart wanneer het over leidinggevenden binnen de sector gaat”, legde ze uit.

Te veel testosteron aan de top. Dat is de trend in elk aspect van de sector, van de directie (uit een onderzoek over gendergelijkheid van de CFDA, Glamour en McKinsey & Company bleek dat slechts 14 procent van de grootste merken door een vrouw wordt geleid) tot de ontwerpstudio’s (volgens een analyse van de modeweek door the Business of Fashion was van de 371 designers die aan het roer van 313 merken stonden, slechts 40,2 procent een vrouw).

Een visuele herinnering aan dat genderonevenwicht inspireerde het artistieke duo Pinar&Viola (van wie het werk momenteel in Z33 wordt getoond) voor hun videoproject “Mother Earth in Paris”. Tijdens haar presentatie deelde Pinar Demirdag een foto van de klimaatconferentie van de VN uit 2015, waaruit een duidelijk tekort aan vrouwelijke leiders blijkt. Volgens haar zou meer genderdiversiteit onder de besluitvormers ongetwijfeld voor een betere, groenere toekomst hebben gezorgd.

Dat was ook de schijnbaar onbetwiste consensus toen Maria Grazia Chiuri, als eerste vrouw, creative director bij Dior werd: een loonsverhoging voor één vrouw, een enorme stap vooruit voor alle vrouwen. Een gevoel waaraan Chiuri zelf met veel plezier bijdroeg door het T-shirt met de slogan “We Should All Be Feminists” in haar eerste collectie op te nemen. Door het feministische rumoer rond haar benoeming vergeten we gemakkelijk de duistere details die de gelijkheidsretoriek binnen een luxeconglomeraat bijzonder paradoxaal maken. Het was bijvoorbeeld vooral Bernard Arnault, de CEO van LVMH en volgens Forbes een van de 10 rijkste miljardairs ter wereld, die van de verkoop van dat T-shirt van € 560 profiteerde, terwijl de gemiddelde (vrouwelijke) werknemer van het bedrijf alleen maar kan dromen van een T-shirt met zo’n prijskaartje.

Dior heeft misschien nog maar net het lucratieve voordeel van een vrouwelijke hoofdontwerper ontdekt, toch gaat die constructie al decennia mee. Om een ander iconisch modehuis van een gelijkaardige omvang te nemen, Gabrielle “Coco” Chanel, de ontwerpster achter het gelijknamig modehuis, wordt doorgaans geportretteerd als een feministische heldin die de vrouwen van hun korsetten bevrijdde en hen toeliet om valse parels te dragen. Dat kan dan wel historisch juist zijn, maar het verhaal gaat strategisch voorbij aan het duistere kantje van de ontwerpster en de manieren waarop ze haar macht gebruikte om anderen te ruïneren. En de legende lijkt stand te houden. Karl Lagerfeld heeft immers maar een paar feministische borden nodig om zijn eigen misogyne opvattingen te verhullen. 

Het gaat natuurlijk niet alleen over luxemodehuizen die de geschiedenis verdraaien om meer handtassen te verkopen. Het mainstream feministische discours klampt zich zodanig vast aan de mythe van de ‘power woman’ dat een succesvolle vrouw tonen al als feministisch wordt gezien – denk aan Ariana Grande die de cover van Elle siert met de woorden “Be The Boss”, denk aan Facebooks COO Sheryl Sandberg die vrouwen leert hoe ze zich moeten aanpassen, denk aan de stem van Serena Williams bij beelden van andere winnaressen die ons eraan herinnert dat er niets meer kracht geeft dan de nummer één zijn.

Het probleem met de idee van de Machtige Vrouw is dat opdat iemand machtig kan zijn, anderen zwak moeten zijn. Dat lijkt oké in een sportwedstrijd, maar in andere werkomgevingen staat er veel meer op het spel. Mode is een sector die nog altijd zwaar op handenarbeid berust, en omdat westerse consumenten steeds minder geld aan hun kleding willen geven, zijn het de niet-blanke kledingarbeidsters die het gelag betalen.

In 2014 lanceerde het exclusieve Britse merk Whistles samen met het modetijdschrift Elle het eerste van de vele T-shirts met een feministische slogan die viraal zouden gaan. “This is what a feminist looks like”, stond te lezen onder de gezichten van alle juiste progressieve beroemdheden, zoals #heforshe-actievoerster Emma Watson, tot het moment waarop de Daily Mail onthulde dat de kleren in een Mauritiaanse sweatshop werden gemaakt door vrouwen die 72 eurocent per uur verdienden. Recenter nog ontmaskerde the Guardian een T-shirt met de woorden “Girl Power” dat voor een goed doel werd verkocht. Het werd gemaakt in een Bengalese fabriek waar meer dan honderd textielarbeiders waren ontslagen omdat ze tegen de lage lonen hadden geprotesteerd.

In een wereldwijde economie worden we gevaarlijk gemakkelijk afgeleid door heldinnen die glazen plafonds aan stukken slaan, terwijl we geen oog hebben voor de arbeidskrachten die zij uitbuiten om zo ver te geraken. De waarheid is dat diversiteit aan de top van de piramide eigenlijk niets doet voor diegenen aan de basis, precies omdat ze de patriarchale, kapitalistische structuren intact laat in plaats van ze te erkennen en veranderen.

Zoals Libby Sellers uitlegde, wordt echte gendergelijkheid enkel bereikt als we onze aandacht van het individuele naar het gemeenschappelijke verplaatsen, en structurele oplossingen naar voor schuiven zoals flexibele werktijden, een veilige werkomgeving, gelijk loon en kinderopvang. Een andere, verrassend heldere oplossing kwam van de derde spreekster die avond, Flora Miranda. Tijdens ons gesprek voor de presentaties belandde het onderwerp op de onvermijdelijke mannelijke blik: wat je ook draagt of hoe je je ook gedraagt, er zal altijd die ene kerel in de kamer zijn die je niet als zijn gelijke wil zien. “Wel, in dat geval”, vulde ze nuchter aan, “kan je maar één ding doen en dat is een andere kamer voor jezelf bouwen.”

Verslag door Aya Noël.
Bekijk hier het beeldverslag van Wide Vercnocke.

Who is the woman you design for? An oft-repeated question in fashion interviews. And though the answer is likely as predictable as flowers for spring, it is not insignificant. After all, fashion is a female-dominated industry: women are systematically over-represented on the pages of magazines, in the classrooms of schools, in production ateliers and at checkout counters. Women are the muses, producers and consumers that support this industry. And so, describing who you create for defines your brand identity. But no matter the financial bracket or aesthetic niche that brand might be situated in, the answer will most likely be something along these lines: “My woman is a strong woman. She knows what she wants and doesn’t take no for an answer. She’s a powerful woman.” Let there be no doubt, fashion doesn’t like its women weak.

But what makes a woman powerful? And is it possible to empower women through design? Those were the questions at the heart of Tuesday’s A-Z night, accompanying two exhibitions running in Hasselt: “Dissidence - quilting against” in Z33 and “Wonder Women. Strong women in Fashion” at the fashion museum.

Because, in this field that claims to love powerful women, its powerful women don't hold that much power at all. As Libby Sellers, curator at the Design Museum in London and author of Women Design, aptly mentioned at the start of her presentation, women might make out the overarching majority of fashion graduates, most top positions are held by men. “Women designers make up nearly three-quarters of the student application process, yet this figure drops dramatically to less than one quarter when it comes to senior figures in the industry,” she explained.

Too much testosterone at the top. That appears to be the trend across all areas of the sector, from the board room (a survey on gender inequality by the CFDA, Glamour and McKinsey & Company showed that only 14 percent of major brands are run by a female executive) to the design studios (a fashion week analysis by the Business of Fashion showed that of the 371 designers helming 313 brands, only 40.2 percent were female).

It was a visual reminder of this gender imbalance that inspired artist duo Pinar&Viola (whose work is currently showcased at Z33) to make one of their video projects, titled Mother Earth in Paris. As part of her presentation, Pinar Demirdag shared a picture of the U.N. Climate Change Conference in 2015, exemplifying its lack of female leaders. She went on to explain that a gender-diverse group of decision makers would inevitably lead to a better, greener future.

That was also the seemingly unquestioned consensus when Maria Grazia Chiuri became creative director at Dior, the first of her gender to do so – one pay raise for a woman, one giant step for all women. A sentiment Chiuri herself gladly reinforced, introducing the “We Should All Be Feminists” slogan t-shirt in her first collection. The feminist fanfare surrounding the appointment makes it easy to forget the murky details that make a rhetoric of equality in a luxury conglomerate so paradoxal. For example, the fact that the sales of that €560 t-shirt mostly benefit Bernard Arnault who, as CEO of LVMH, can be found in the top 10 of Forbes’ recent Billionaires list, while the average (female) employee at the company wouldn’t even dream of owning a t-shirt with that price tag.

Dior might just have discovered the lucrative power of a female head designer, but the trope has existed for decennia. To take another iconic fashion house of equal measure, Chanel’s founding designer Gabrielle “Coco” Chanel is routinely depicted as a feminist hero who liberated women from corsets and allowed us to wear fake pearls. That might be historically correct, but the story strategically glosses over the darker side of the designer’s history, and the ways in which she used her power to devastating effects for others. The legend appears leakproof, with Karl Lagerfeld only requiring a few feminist cardboards to veil his own misogynist views.  

This obviously isn’t just an issue of luxury fashion houses spinning history to sell more handbags. The mainstream feminist narrative clings to the myth of the power woman to the point where simply showcasing a successful woman is deemed feminist – it’s Ariana Grande gracing the cover of this month’s Elle above the words "Be The Boss", it's Facebook’s COO Sheryl Sandberg teaching women how to lean in, it’s the voice of Serena Williams over footage of other gold medallists reminding us that there is nothing more empowering than being number one.

The problem with the idea of the Powerful Woman, is that in order for someone to be powerful, others need to be weak. That might be fine for sport competition, but in other work environments, the stakes are much higher. Fashion is an industry that still relies heavily on manual labour, and as Western consumers look to spend increasingly less on their clothes, it’s non-white female garment manufacturers who pay the price.

In 2014, U.K.-based high street brand Whistles collaborated with Elle magazine on what would become the first of many viral feminist slogan t-shirts. “This is what a feminist looks like,” could be read below the faces of all the right progressive celebrities, like #heforshe campaigner Emma Watson, right up until the Daily Mail revealed that the garments were produced in a Mauritian sweatshop by women earning 62p an hour. More recently, the Guardian shed light on a charity t-shirt emblazoned with the words “Girl Power” made in a Bangladeshi factory where over a hundred garment workers were fired after protesting low wages.

In a global economy, it’s dangerously easy to be distracted by glass ceiling-shattering heroines and not see the workforces they exploit in order to shoot so high. But the truth is that ensuring diversity at the top of the pyramid doesn’t really do anything for those at the bottom, exactly because it keeps patriarchal capitalist structures in place rather than recognising and shifting them.

As Libby Sellers explained, true gender equality won’t be achieved unless we redirect our focus from the individual to the communal, proposing structural solutions such as flexible work hours, safe work environments, equal pay and childcare. Another, surprisingly clear-cut, solution came from the night’s third speaker, Flora Miranda. In our conversation before the presentations, the topic had drifted to the inescapable male gaze: no matter what you wear or how you behave, there will always be that one dude in the room who refuses to see you as his equal. “Well, in that case,” she added matter-of-factly, “there’s only one thing you can do: build yourself a different room.”

A summary by Aya Noël.
Have a look at
the image summary by Wide Vercnocke.